Home / Tekst / Īsāghūjī

إِيسَاغُوجِي

De tekst van de Īsāghūjī

About this text

Īsāghūjī إِيسَاغُوجِي

Athīr al-Dīn al-Abharī (d. 663/1265)

Text
Arabic, vocalised as in the print: Mutūn al-manṭiq wa-l-ḥikma: Īsāghūjī wa-l-Sullam al-munawraq, ʿAlawī Abū Bakr Muḥammad al-Saqqāf (ḍabṭ wa-taʿlīq), Jakarta: Dār al-Kutub al-Islāmiyya 1434/2013
Translation
The Mantiqi's own; a draft.
Review
Draft, awaiting review by Ustadh Muhammad Yusuf.
Concept · vertaling nog niet nagekeken

Inleiding (al-muqaddima)

المُقَدِّمَة
1

نَحْمَدُ اللهَ تَعَالَى عَلَى تَوْفِيقِهِ، وَنَسْأَلُهُ طَرِيقَةً هَادِيَةً، وَنُصَلِّي عَلَى سَيِّدِنَا مُحَمَّدٍ وَعِتْرَتِهِ أَجْمَعِينَ.

We loven God, de Verhevene, om het welslagen dat Hij geeft. We vragen Hem om een weg die de goede richting wijst, en we bidden om zegen voor onze meester Muḥammad en zijn hele familie.

p. 5

2

أَمَّا بَعْدُ؛ فَهَذِهِ رِسَالَةٌ فِي الْمَنْطِقِ، أَوْرَدْنَا فِيهَا مَا يَجِبُ اسْتِحْضَارُهُ لِمَنْ يَبْتَدِئُ فِي شَيْءٍ مِنَ الْعُلُومِ، مُسْتَعِينًا بِاللهِ تَعَالَى، إِنَّهُ مُفِيضُ الْخَيْرِ وَالْجُودِ.

Dan het volgende. Dit is een verhandeling over de logica. We hebben daarin uiteengezet wat iedereen die aan een wetenschap begint, paraat moet hebben. We vragen daarbij de hulp van God, de Verhevene; Hij is het die het goede en de vrijgevigheid rijkelijk schenkt.

p. 5

Voorstellingen (al-taṣawwurāt)

التَّصَوُّرَات

Hoofdstuk 1 · Uitingen en betekenisaanduiding

الأَلْفَاظ وَالدَّلَالَة
3

إِيسَاغُوجِي: اللَّفْظُ الدَّالُّ يَدُلُّ عَلَى مَا وُضِعَ لَهُ بِالْمُطَابَقَةِ، وَعَلَى جُزْئِهِ بِالتَّضَمُّنِ إِنْ كَانَ لَهُ جُزْءٌ، وَعَلَى مَا يُلَازِمُهُ فِي الذِّهْنِ بِالِالْتِزَامِ،

Īsāghūjī (Inleiding). Een die iets aanduidt, duidt de betekenis waarvoor ze volgens afspraak is vastgesteld aan door . Een deel van die betekenis, als die een deel heeft, duidt ze aan door . En wat er in de geest vast bij hoort, duidt ze aan door .

p. 5–6

4

كَالإِنْسَانِ، فَإِنَّهُ يَدُلُّ عَلَى الْحَيَوَانِ النَّاطِقِ بِالْمُطَابَقَةِ، وَعَلَى أَحَدِهِمَا بِالتَّضَمُّنِ، وَعَلَى قَابِلِ الْعِلْمِ وَصَنْعَةِ الْكِتَابَةِ بِالِالْتِزَامِ؛

Neem “mens”: door duidt het “redelijk dier” aan, door een van die twee, en door “kan kennis opdoen en het schrijven leren”.

p. 6

5

وَالدَّلَالَةُ فِعْلِيَّةٌ وَعَقْلِيَّةٌ وَطَبِيعِيَّةٌ وَوَضْعِيَّةٌ.

gebeurt door een handeling, door het verstand, door de natuur of volgens afspraak.

p. 6

6

ثُمَّ اللَّفْظُ إِمَّا مُفْرَدٌ: وَهُوَ الَّذِي لَا يُرَادُ بِالْجُزْءِ مِنْهُ دَلَالَةٌ عَلَى جُزْءِ مَعْنَاهُ كَالإِنْسَانِ، وَإِمَّا مُؤَلَّفٌ: وَهُوَ الَّذِي لَا يَكُونُ كَذَلِكَ كَرَامِي الْحِجَارَةِ.

Verder is een ofwel : een deel ervan is niet bedoeld om een deel van de betekenis aan te duiden, zoals “mens”. Ofwel is ze samengesteld: dan is dat wel zo, zoals “werper van stenen”.

p. 6

7

وَالْمُفْرَدُ إِمَّا كُلِّيٌّ: وَهُوَ الَّذِي لَا يَمْنَعُ نَفْسُ تَصَوُّرِ مَفْهُومِهِ وُقُوعَ الشَّرِكَةِ فِيهِ كَالإِنْسَانِ، وَإِمَّا جُزْئِيٌّ: وَهُوَ الَّذِي يَمْنَعُ نَفْسُ تَصَوُّرِ مَفْهُومِهِ ذَلِكَ كَزَيْدٍ عَلَمًا.

Een is ofwel een : zodra we ons de betekenis ervan voorstellen, sluit die niet uit dat ze voor velen geldt, zoals “mens”. Ofwel is ze een : zodra we ons de betekenis voorstellen, sluit die dat wel uit, zoals “Zayd” als eigennaam.

p. 6

Hoofdstuk 2 · De vijf universalia

الكُلِّيَّات الخَمْس
8

وَالْكُلِّيُّ إِمَّا ذَاتِيٌّ: وَهُوَ الَّذِي يَدْخُلُ فِي حَقِيقَةِ جُزْئِيَّاتِهِ كَالْحَيَوَانِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ وَالْفَرَسِ، وَإِمَّا عَرَضِيٌّ: وَهُوَ الَّذِي يُخَالِفُهُ كَالضَّاحِكِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ.

Een is ofwel : het maakt deel uit van de van zijn afzonderlijke gevallen, zoals “dier” bij mens en paard. Ofwel is het : dan is dat niet zo, zoals “lachend” bij de mens.

p. 6

9

وَالذَّاتِيُّ إِمَّا مَقُولٌ فِي جَوَابِ: مَا هُوَ، بِحَسَبِ الشَّرِكَةِ الْمَحْضَةِ، كَالْحَيَوَانِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ وَالْفَرَسِ، وَهُوَ الْجِنْسُ، وَيُرْسَمُ بِأَنَّهُ كُلِّيٌّ مَقُولٌ عَلَى كَثِيرِينَ مُخْتَلِفِينَ بِالْحَقَائِقِ فِي جَوَابِ: مَا هُوَ؛

Het wordt ofwel gezegd als antwoord op “wat is het?”, met wat de dingen alleen gemeen hebben, zoals “dier” bij mens en paard. Dat is het . Het wordt beschreven als een dat gezegd wordt van vele dingen die in hun verschillen, als antwoord op “wat is het?”;

p. 7

10

وَإِمَّا مَقُولٌ فِي جَوَابِ: مَا هُوَ، بِحَسَبِ الشَّرِكَةِ وَالْخُصُوصِيَّةِ مَعًا، كَالإِنْسَانِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى زَيْدٍ وَعَمْرٍو وَهُوَ النَّوْعُ، وَيُرْسَمُ بِأَنَّهُ كُلِّيٌّ مَقُولٌ عَلَى كَثِيرِينَ مُخْتَلِفِينَ بِالْعَدَدِ دُونَ الْحَقِيقَةِ فِي جَوَابِ: مَا هُوَ؛

ofwel wordt het gezegd als antwoord op “wat is het?”, met wat de dingen gemeen hebben en wat hun tegelijk eigen is, zoals “mens” bij Zayd en ʿAmr. Dat is de soort. Ze wordt beschreven als een dat gezegd wordt van vele dingen die in aantal verschillen, niet in , als antwoord op “wat is het?”;

p. 7

11

وَإِمَّا غَيْرُ مَقُولٍ فِي جَوَابِ: مَا هُوَ، بَلْ مَقُولٌ فِي جَوَابِ: أَيُّ شَيْءٍ هُوَ فِي ذَاتِهِ، وَهُوَ الَّذِي يُمَيِّزُ الشَّيْءَ عَمَّا يُشَارِكُهُ فِي الْجِنْسِ، كَالنَّاطِقِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ، وَهُوَ الْفَصْلُ، وَيُرْسَمُ بِأَنَّهُ كُلِّيٌّ يُقَالُ عَلَى الشَّيْءِ فِي جَوَابِ: أَيُّ شَيْءٍ هُوَ فِي ذَاتِهِ.

ofwel wordt het niet gezegd als antwoord op “wat is het?”, maar als antwoord op “wat voor ding is het in zijn wezen?”. Het onderscheidt iets van wat tot hetzelfde hoort, zoals “redelijk” bij de mens. Dat is het . Het wordt beschreven als een dat van iets gezegd wordt als antwoord op “wat voor ding is het in zijn wezen?”.

p. 7

12

وَأَمَّا الْعَرَضِيُّ فَإِمَّا أَنْ يَمْتَنِعَ انْفِكَاكُهُ عَنِ الْمَاهِيَّةِ وَهُوَ الْعَرَضُ اللَّازِمُ، أَوْ لَا يَمْتَنِعَ وَهُوَ الْعَرَضُ الْمُفَارِقُ،

Het kan ofwel niet van het wezen worden losgemaakt: dat is het . Ofwel kan dat wel: dat is het .

p. 7–8

13

وَكُلُّ وَاحِدٍ مِنْهُمَا إِمَّا أَنْ يَخْتَصَّ بِحَقِيقَةٍ وَاحِدَةٍ وَهُوَ الْخَاصَّةُ كَالضَّاحِكِ بِالْقُوَّةِ وَالْفِعْلِ لِلإِنْسَانِ، وَتُرْسَمُ بِأَنَّهَا كُلِّيَّةٌ تُقَالُ عَلَى مَا تَحْتَ حَقِيقَةٍ وَاحِدَةٍ فَقَطْ قَوْلًا عَرَضِيًّا؛

Elk van beide hoort ofwel bij één alleen: dat is de , zoals “lachend” bij de mens, in aanleg en in daad. Het wordt beschreven als een dat op wijze gezegd wordt van wat onder één werkelijkheid alleen valt;

p. 8

14

وَإِمَّا أَنْ يَعُمَّ حَقَائِقَ فَوْقَ وَاحِدَةٍ وَهُوَ الْعَرَضُ الْعَامُّ كَالْمُتَنَفِّسِ بِالْقُوَّةِ وَالْفِعْلِ بِالنِّسْبَةِ لِلإِنْسَانِ وَغَيْرِهِ مِنَ الْحَيَوَانَاتِ، وَيُرْسَمُ بِأَنَّهُ كُلِّيٌّ يُقَالُ عَلَى مَا تَحْتَ حَقَائِقَ مُخْتَلِفَةٍ قَوْلًا عَرَضِيًّا.

ofwel geldt het voor meer dan één : dat is het , zoals “ademend” bij de mens en bij andere dieren, in aanleg en in daad. Het wordt beschreven als een dat op wijze gezegd wordt van wat onder verschillende werkelijkheden valt.

p. 8

Hoofdstuk 3 · Definitie

التَّعْرِيف
15

الْحَدُّ: قَوْلٌ دَالٌّ عَلَى مَاهِيَّةِ الشَّيْءِ، وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ وَفَصْلِهِ الْقَرِيبَيْنِ، كَالْحَيَوَانِ النَّاطِقِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ، وَهُوَ الْحَدُّ التَّامُّ؛

De is een uitspraak die het wezen van iets aanduidt. Bestaat ze uit het naaste en het naaste van dat ding, zoals “redelijk dier” voor de mens, dan is het de volledige essentiële definitie.

p. 8

16

وَالْحَدُّ النَّاقِصُ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ الْبَعِيدِ وَفَصْلِهِ الْقَرِيبِ، كَالْجِسْمِ النَّاطِقِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ.

De onvolledige bestaat uit het verre van het ding en zijn naaste , zoals “redelijk lichaam” voor de mens.

p. 8

17

وَالرَّسْمُ التَّامُّ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ الْقَرِيبِ وَخَوَاصِّهِ اللَّازِمَةِ لَهُ، كَالْحَيَوَانِ الضَّاحِكِ فِي تَعْرِيفِ الإِنْسَانِ؛

De volledige bestaat uit het naaste van het ding en de die er vast bij horen, zoals “lachend dier” als definitie van de mens;

p. 9

18

وَالرَّسْمُ النَّاقِصُ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ عَرَضِيَّاتٍ تَخْتَصُّ جُمْلَتُهَا بِحَقِيقَةٍ وَاحِدَةٍ، كَقَوْلِنَا فِي تَعْرِيفِ الإِنْسَانِ: إِنَّهُ مَاشٍ عَلَى قَدَمَيْهِ، عَرِيضُ الأَظْفَارِ، بَادِي الْبَشَرَةِ، مُسْتَقِيمُ الْقَامَةِ، ضَحَّاكٌ بِالطَّبْعِ.

en de onvolledige bestaat uit die samen bij één alleen horen. Zo zeggen we om de mens te definiëren: hij loopt op twee voeten, heeft brede nagels, een onbehaarde huid en een rechte gestalte, en lacht van nature.

p. 9

Instemmingen (al-taṣdīqāt)

التَّصْدِيقَات

Hoofdstuk 4 · Proposities

القَضَايَا
19

الْقَضِيَّةُ: قَوْلٌ يَصِحُّ أَنْ يُقَالَ لِقَائِلِهِ: إِنَّهُ صَادِقٌ فِيهِ أَوْ كَاذِبٌ.

Een is een uitspraak waarvan men tegen de spreker terecht kan zeggen dat hij de waarheid spreekt of dat hij onwaar spreekt.

p. 9

20

وَهِيَ إِمَّا حَمْلِيَّةٌ كَقَوْلِنَا: زَيْدٌ كَاتِبٌ، وَإِمَّا شَرْطِيَّةٌ مُتَّصِلَةٌ كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَتِ الشَّمْسُ طَالِعَةً فَالنَّهَارُ مَوْجُودٌ، وَإِمَّا شَرْطِيَّةٌ مُنْفَصِلَةٌ كَقَوْلِنَا: الْعَدَدُ إِمَّا أَنْ يَكُونَ زَوْجًا أَوْ فَرْدًا.

Ze is ofwel , zoals “Zayd is een schrijver”; ofwel een , zoals “Als de zon opgekomen is, is het dag”; ofwel een , zoals “Een getal is even of oneven.”

p. 9

21

وَالْجُزْءُ الأَوَّلُ مِنَ الْحَمْلِيَّةِ يُسَمَّى: مَوْضُوعًا، وَالثَّانِي: مَحْمُولًا؛ وَالْجُزْءُ الأَوَّلُ مِنَ الشَّرْطِيَّةِ يُسَمَّى: مُقَدَّمًا، وَالثَّانِي: تَالِيًا.

Het eerste deel van een heet het en het tweede het . Het eerste deel van een heet het en het tweede het .

p. 9

22

وَالْقَضِيَّةُ إِمَّا مُوجَبَةٌ كَقَوْلِنَا: زَيْدٌ كَاتِبٌ، وَإِمَّا سَالِبَةٌ كَقَوْلِنَا: زَيْدٌ لَيْسَ بِكَاتِبٍ.

Een is ofwel bevestigend, zoals “Zayd is een schrijver”, ofwel ontkennend, zoals “Zayd is geen schrijver.”

p. 10

23

وَكُلُّ وَاحِدَةٍ مِنْهُمَا إِمَّا مَخْصُوصَةٌ كَمَا ذَكَرْنَا، وَإِمَّا كُلِّيَّةٌ مُسَوَّرَةٌ كَقَوْلِنَا: كُلُّ إِنْسَانٍ كَاتِبٌ، وَلَا شَيْءَ مِنَ الإِنْسَانِ بِكَاتِبٍ، وَإِمَّا جُزْئِيَّةٌ مُسَوَّرَةٌ كَقَوْلِنَا: بَعْضُ الإِنْسَانِ كَاتِبٌ، وَبَعْضُ الإِنْسَانِ لَيْسَ بِكَاتِبٍ، وَإِمَّا أَنْ لَا يَكُونَ كَذَلِكَ وَتُسَمَّى: مُهْمَلَةً كَقَوْلِنَا: الإِنْسَانُ كَاتِبٌ، وَالإِنْسَانُ لَيْسَ بِكَاتِبٍ.

Elk van beide is ofwel een , over één ding, zoals in de voorbeelden hierboven; ofwel is ze algemeen, met een , zoals “Elke mens is een schrijver” en “Geen mens is een schrijver”; ofwel is ze , met een kwantor, zoals “Sommige mensen zijn schrijvers” en “Niet elke mens is een schrijver”; ofwel is ze geen van beide, en dan heet ze , zoals “De mens is een schrijver” en “De mens is geen schrijver.”

p. 10

24

وَالْمُتَّصِلَةُ إِمَّا لُزُومِيَّةٌ كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَتِ الشَّمْسُ طَالِعَةً فَالنَّهَارُ مَوْجُودٌ، وَإِمَّا اتِّفَاقِيَّةٌ كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَ الإِنْسَانُ نَاطِقًا فَالْحِمَارُ نَاهِقٌ؛

De heeft ofwel een vaste samenhang, zoals “Als de zon opgekomen is, is het dag”, ofwel is ze toevallig, zoals “Als de mens redelijk is, balkt de ezel.”

p. 10

25

وَالْمُنْفَصِلَةُ إِمَّا حَقِيقِيَّةٌ كَقَوْلِنَا: الْعَدَدُ إِمَّا زَوْجٌ وَإِمَّا فَرْدٌ.

De is ofwel echt, zoals “Een getal is even of oneven.”

p. 10

26

وَهِيَ إِمَّا مَانِعَةُ الْجَمْعِ وَالْخُلُوِّ مَعًا كَمَا ذَكَرْنَا، وَإِمَّا مَانِعَةُ الْجَمْعِ فَقَطْ كَقَوْلِنَا: هَذَا الشَّيْءُ إِمَّا أَنْ يَكُونَ شَجَرًا أَوْ حَجَرًا، وَإِمَّا مَانِعَةُ الْخُلُوِّ فَقَطْ كَقَوْلِنَا: زَيْدٌ إِمَّا أَنْ يَكُونَ فِي الْبَحْرِ، وَإِمَّا أَنْ لَا يَغْرَقَ.

Ze sluit ofwel uit dat beide samen voorkomen én dat beide ontbreken, zoals in het voorbeeld hierboven; ofwel sluit ze alleen uit dat beide samen voorkomen, zoals “Dit ding is een boom of een steen”; ofwel sluit ze alleen uit dat beide ontbreken, zoals “Zayd is in de zee of hij verdrinkt niet.”

p. 10–11

27

وَقَدْ تَكُونُ الْمُنْفَصِلَاتُ ذَوَاتِ أَجْزَاءٍ كَقَوْلِنَا: الْعَدَدُ إِمَّا زَائِدٌ أَوْ نَاقِصٌ أَوْ مُسَاوٍ.

Een kan meer dan twee delen hebben, zoals “Een getal is overvloedig, gebrekkig of volmaakt.”

p. 11

28

وَالتَّنَاقُضُ هُوَ: اخْتِلَافُ قَضِيَّتَيْنِ بِالإِيجَابِ وَالسَّلْبِ، بِحَيْثُ يَقْتَضِي لِذَاتِهِ أَنْ تَكُونَ إِحْدَاهُمَا صَادِقَةً وَالأُخْرَى كَاذِبَةً، كَقَوْلِنَا: زَيْدٌ كَاتِبٌ، زَيْدٌ لَيْسَ بِكَاتِبٍ.

is: twee verschillen doordat de ene bevestigt en de andere ontkent, zo dat dit verschil op zichzelf al meebrengt dat de ene waar is en de andere onwaar, zoals “Zayd is een schrijver” en “Zayd is geen schrijver.”

p. 11

29

وَلَا يَتَحَقَّقُ ذَلِكَ إِلَّا بَعْدَ اتِّفَاقِهِمَا فِي الْمَوْضُوعِ، وَالْمَحْمُولِ، وَالزَّمَانِ، وَالْمَكَانِ، وَالإِضَافَةِ، وَالْقُوَّةِ، وَالْفِعْلِ، وَالْجُزْءِ، وَالْكُلِّ، وَالشَّرْطِ.

Dat geldt alleen als ze gelijk zijn in , , tijd, plaats, verhouding, aanleg, daad, deel, geheel en voorwaarde.

p. 11

30

وَنَقِيضُ الْمُوجَبَةِ الْكُلِّيَّةِ إِنَّمَا هِيَ السَّالِبَةُ الْجُزْئِيَّةُ، كَقَوْلِنَا: كُلُّ إِنْسَانٍ حَيَوَانٌ، وَبَعْضُ الإِنْسَانِ لَيْسَ بِحَيَوَانٍ. وَنَقِيضُ السَّالِبَةِ الْكُلِّيَّةِ إِنَّمَا هِيَ الْمُوجَبَةُ الْجُزْئِيَّةُ، كَقَوْلِنَا: لَا شَيْءَ مِنَ الإِنْسَانِ بِحَيَوَانٍ، وَبَعْضُ الإِنْسَانِ حَيَوَانٌ.

Het van een algemeen bevestigende is de ontkennende, zoals “Elke mens is een dier” en “Niet elke mens is een dier”. En het tegenstrijdige van een algemeen ontkennende propositie is de particulier bevestigende, zoals “Geen mens is een dier” en “Sommige mensen zijn dieren.”

p. 11–12

31

وَالْمَحْصُورَتَانِ لَا يَتَحَقَّقُ التَّنَاقُضُ بَيْنَهُمَا إِلَّا بَعْدَ اخْتِلَافِهِمَا فِي الْكَمِّيَّةِ، لِأَنَّ الْكُلِّيَّتَيْنِ قَدْ تَكْذِبَانِ كَقَوْلِنَا: كُلُّ إِنْسَانٍ كَاتِبٌ، وَلَا شَيْءَ مِنَ الإِنْسَانِ بِكَاتِبٍ، وَالْجُزْئِيَّتَيْنِ قَدْ تَصْدُقَانِ كَقَوْلِنَا: بَعْضُ الإِنْسَانِ كَاتِبٌ، وَبَعْضُ الإِنْسَانِ لَيْسَ بِكَاتِبٍ.

Tussen twee is er alleen als de ene algemeen is en de andere . Want twee algemene kunnen allebei onwaar zijn, zoals “Elke mens is een schrijver” en “Geen mens is een schrijver”. En twee particuliere proposities kunnen allebei waar zijn, zoals “Sommige mensen zijn schrijvers” en “Niet elke mens is een schrijver.”

p. 12

32

الْعَكْسُ هُوَ: أَنْ يُصَيَّرَ الْمَوْضُوعُ مَحْمُولًا، وَالْمَحْمُولُ مَوْضُوعًا، مَعَ بَقَاءِ السَّلْبِ وَالإِيجَابِ بِحَالِهِ، وَالتَّصْدِيقِ وَالتَّكْذِيبِ بِحَالِهِ.

is: het tot maken en het predicaat tot subject. Daarbij blijft de bevestiging of ontkenning zoals ze was, en blijft ook de waarheid of onwaarheid zoals ze was.

p. 12

33

وَالْمُوجَبَةُ الْكُلِّيَّةُ لَا تَنْعَكِسُ كُلِّيَّةً، إِذْ يَصْدُقُ قَوْلُنَا: كُلُّ إِنْسَانٍ حَيَوَانٌ، وَلَا يَصْدُقُ: كُلُّ حَيَوَانٍ إِنْسَانٌ، بَلْ تَنْعَكِسُ جُزْئِيَّةً، لِأَنَّا إِذَا قُلْنَا: كُلُّ إِنْسَانٍ حَيَوَانٌ، يَصْدُقُ: بَعْضُ الْحَيَوَانِ إِنْسَانٌ، فَإِنَّا نَجِدُ الْمَوْضُوعَ شَيْئًا مَوْصُوفًا بِالإِنْسَانِ وَالْحَيَوَانِ، فَيَكُونُ: بَعْضُ الْحَيَوَانِ إِنْسَانًا.

De algemeen bevestigende wordt niet omgekeerd tot een algemene: “Elke mens is een dier” is waar, maar “Elk dier is een mens” niet. Ze wordt omgekeerd tot een : als we zeggen “Elke mens is een dier”, dan is “Sommige dieren zijn mensen” waar. Want het is iets wat zowel mens als dier is; dus sommige dieren zijn mensen.

p. 13

34

وَالْمُوجَبَةُ الْجُزْئِيَّةُ أَيْضًا تَنْعَكِسُ جُزْئِيَّةً بِهَذِهِ الْحُجَّةِ، وَالسَّالِبَةُ الْكُلِّيَّةُ تَنْعَكِسُ سَالِبَةً كُلِّيَّةً، وَذَلِكَ بَيِّنٌ بِنَفْسِهِ، فَإِنَّهُ إِذَا صَدَقَ: لَا شَيْءَ مِنَ الإِنْسَانِ بِحَجَرٍ، صَدَقَ: لَا شَيْءَ مِنَ الْحَجَرِ بِإِنْسَانٍ.

De bevestigende wordt op dezelfde manier omgekeerd tot een particuliere, met hetzelfde argument. De algemeen ontkennende propositie wordt omgekeerd tot een algemeen ontkennende, en dat is vanzelf duidelijk: als “Geen mens is een steen” waar is, dan is “Geen steen is een mens” waar.

p. 13

35

وَالسَّالِبَةُ الْجُزْئِيَّةُ لَا عَكْسَ لَهَا لُزُومًا، فَإِنَّهُ يَصْدُقُ: بَعْضُ الْحَيَوَانِ لَيْسَ بِإِنْسَانٍ، وَلَا يَصْدُقُ عَكْسُهُ.

De ontkennende heeft geen die altijd volgt: “Niet elk dier is een mens” is waar, maar de omkering ervan niet.

p. 13

Hoofdstuk 5 · Syllogismen

القِيَاس
36

الْقِيَاسُ هُوَ: قَوْلٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ أَقْوَالٍ، مَتَى سُلِّمَتْ لَزِمَ عَنْهَا لِذَاتِهَا قَوْلٌ آخَرُ.

Een is een uitspraak die bestaat uit uitspraken. Als men die toegeeft, volgt daar vanzelf een andere uitspraak uit.

p. 13–14

37

وَهُوَ إِمَّا اقْتِرَانِيٌّ كَقَوْلِنَا: كُلُّ جِسْمٍ مُؤَلَّفٌ، وَكُلُّ مُؤَلَّفٍ حَادِثٌ، فَكُلُّ جِسْمٍ حَادِثٌ؛ وَإِمَّا اسْتِثْنَائِيٌّ كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَتِ الشَّمْسُ طَالِعَةً فَالنَّهَارُ مَوْجُودٌ، لَكِنِ النَّهَارُ لَيْسَ بِمَوْجُودٍ، فَالشَّمْسُ لَيْسَتْ بِطَالِعَةٍ.

Het is ofwel verbindend, zoals “Elk lichaam is samengesteld, en elk samengesteld ding is ontstaan, dus elk lichaam is ontstaan”; ofwel , zoals “Als de zon opgekomen is, is het dag; maar het is geen dag, dus de zon is niet opgekomen.”

p. 14

38

وَالْمُكَرَّرُ بَيْنَ مُقَدِّمَتَيِ الْقِيَاسِ يُسَمَّى: حَدًّا أَوْسَطَ، وَمَوْضُوعُ الْمَطْلُوبِ يُسَمَّى: حَدًّا أَصْغَرَ، وَمَحْمُولُهُ يُسَمَّى: حَدًّا أَكْبَرَ؛ وَالْمُقَدِّمَةُ الَّتِي فِيهَا الأَصْغَرُ تُسَمَّى: صُغْرَى، وَالَّتِي فِيهَا الأَكْبَرُ تُسَمَّى: كُبْرَى، وَهَيْئَةُ التَّأْلِيفِ تُسَمَّى: شَكْلًا.

Wat in beide van het terugkomt, heet de . Het van de gezochte conclusie heet de , en het ervan de . De premisse met de kleine term heet de , die met de grote term de . De manier waarop ze geordend zijn, heet de .

p. 14

39

وَالأَشْكَالُ أَرْبَعَةٌ، لِأَنَّ الْحَدَّ الأَوْسَطَ إِنْ كَانَ مَحْمُولًا فِي الصُّغْرَى مَوْضُوعًا فِي الْكُبْرَى فَهُوَ: الشَّكْلُ الأَوَّلُ، وَإِنْ كَانَ مَحْمُولًا فِيهِمَا فَهُوَ: الشَّكْلُ الثَّانِي، وَإِنْ كَانَ مَوْضُوعًا فِيهِمَا فَهُوَ: الشَّكْلُ الثَّالِثُ، وَإِنْ كَانَ مَوْضُوعًا فِي الصُّغْرَى مَحْمُولًا فِي الْكُبْرَى فَهُوَ: الشَّكْلُ الرَّابِعُ.

Er zijn vier . Is de het in de en het in de grote, dan is dat de eerste figuur. Is ze in beide het predicaat, dan is het de tweede; is ze in beide het subject, dan de derde; en is ze het subject in de kleine en het predicaat in de grote, dan de vierde.

p. 14–15

40

وَالثَّانِي يَرْتَدُّ إِلَى الأَوَّلِ بِعَكْسِ الْكُبْرَى، وَالثَّالِثُ يَرْتَدُّ إِلَيْهِ بِعَكْسِ الصُّغْرَى، وَالرَّابِعُ يَرْتَدُّ إِلَيْهِ بِعَكْسِ التَّرْتِيبِ أَوْ بِعَكْسِ الْمُقَدِّمَتَيْنِ جَمِيعًا.

De tweede wordt teruggebracht tot de eerste door de om te keren, de derde door de kleine om te keren, en de vierde door de volgorde van de om te draaien of door ze allebei om te keren.

p. 15

41

وَالْكَامِلُ الْبَيِّنُ الإِنْتَاجِ هُوَ الأَوَّلُ، وَالرَّابِعُ مِنْهَا بَعِيدٌ عَنِ الطَّبْعِ جِدًّا، وَالَّذِي لَهُ طَبْعٌ مُسْتَقِيمٌ وَعَقْلٌ سَلِيمٌ لَا يَحْتَاجُ إِلَى رَدِّ الثَّانِي إِلَى الأَوَّلِ؛ وَإِنَّمَا يُنْتِجُ الثَّانِي عِنْدَ اخْتِلَافِ مُقَدِّمَتَيْهِ بِالإِيجَابِ وَالسَّلْبِ.

De volmaakte , waarvan de conclusie vanzelf duidelijk is, is de eerste. De vierde staat heel ver af van het gewone denken. Wie een gezonde aard en een gezond verstand heeft, hoeft de tweede niet tot de eerste terug te brengen. De tweede leidt alleen tot een conclusie als de ene bevestigt en de andere ontkent.

p. 15

42

وَالشَّكْلُ الأَوَّلُ هُوَ الَّذِي جُعِلَ مِعْيَارَ الْعُلُومِ، فَنُورِدُهُ هُنَا لِيُجْعَلَ دُسْتُورًا، وَيُسْتَنْتَجَ مِنْهُ الْمَطَالِبُ كُلُّهَا.

De eerste is de maatstaf van de wetenschappen geworden. Daarom zetten we haar hier uiteen als een regel waaruit elke gezochte conclusie kan worden afgeleid.

p. 15

43

وَضُرُوبُهُ الْمُنْتِجَةُ أَرْبَعَةٌ: الضَّرْبُ الأَوَّلُ: كُلُّ جِسْمٍ مُؤَلَّفٌ، وَكُلُّ مُؤَلَّفٍ حَادِثٌ، فَكُلُّ جِسْمٍ حَادِثٌ. الثَّانِي: كُلُّ جِسْمٍ مُؤَلَّفٌ، وَلَا شَيْءَ مِنَ الْمُؤَلَّفِ بِقَدِيمٍ، فَلَا شَيْءَ مِنَ الْجِسْمِ بِقَدِيمٍ. الثَّالِثُ: بَعْضُ الْجِسْمِ مُؤَلَّفٌ، وَكُلُّ مُؤَلَّفٍ حَادِثٌ، فَبَعْضُ الْجِسْمِ حَادِثٌ. الرَّابِعُ: بَعْضُ الْجِسْمِ مُؤَلَّفٌ، وَلَا شَيْءَ مِنَ الْمُؤَلَّفِ بِقَدِيمٍ، فَبَعْضُ الْجِسْمِ لَيْسَ بِقَدِيمٍ.

Ze heeft vier . Eerste: elk lichaam is samengesteld, en elk samengesteld ding is ontstaan, dus elk lichaam is ontstaan. Tweede: elk lichaam is samengesteld, en geen samengesteld ding is eeuwig, dus geen lichaam is eeuwig. Derde: sommige lichamen zijn samengesteld, en elk samengesteld ding is ontstaan, dus sommige lichamen zijn ontstaan. Vierde: sommige lichamen zijn samengesteld, en geen samengesteld ding is eeuwig, dus niet elk lichaam is eeuwig.

p. 15–16

44

وَالْقِيَاسُ الِاقْتِرَانِيُّ يَتَرَكَّبُ إِمَّا مِنَ الْحَمْلِيَّتَيْنِ كَمَا مَرَّ؛ وَإِمَّا مِنَ الْمُتَّصِلَتَيْنِ كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَتِ الشَّمْسُ طَالِعَةً فَالنَّهَارُ مَوْجُودٌ، وَإِنْ كَانَ النَّهَارُ مَوْجُودًا فَالأَرْضُ مُضِيئَةٌ، يُنْتِجُ: إِنْ كَانَتِ الشَّمْسُ طَالِعَةً فَالأَرْضُ مُضِيئَةٌ؛

Het bestaat ofwel uit twee , zoals hierboven; ofwel uit twee , zoals “Als de zon opgekomen is, is het dag; en als het dag is, is de aarde verlicht”, wat oplevert: “Als de zon opgekomen is, is de aarde verlicht”;

p. 16

45

وَإِمَّا مِنَ الْمُنْفَصِلَتَيْنِ كَقَوْلِنَا: كُلُّ عَدَدٍ إِمَّا زَوْجٌ أَوْ فَرْدٌ، وَكُلُّ زَوْجٍ فَهُوَ إِمَّا زَوْجُ الزَّوْجِ أَوْ زَوْجُ الْفَرْدِ، يُنْتِجُ: كُلُّ عَدَدٍ إِمَّا فَرْدٌ أَوْ زَوْجُ الزَّوْجِ أَوْ زَوْجُ الْفَرْدِ.

ofwel uit twee , zoals “Elk getal is even of oneven, en elk even getal is even-even of oneven-even”, wat oplevert: “Elk getal is oneven, even-even of oneven-even”;

p. 16

46

أَوْ مِنْ حَمْلِيَّةٍ وَمُتَّصِلَةٍ، كَقَوْلِنَا: كُلَّمَا كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ حَيَوَانٌ، وَكُلُّ حَيَوَانٍ جِسْمٌ، يُنْتِجُ: كُلَّمَا كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ جِسْمٌ؛

ofwel uit een en een , zoals “Telkens als dit een mens is, is het een dier; en elk dier is een lichaam”, wat oplevert: “Telkens als dit een mens is, is het een lichaam”;

p. 16

47

وَإِمَّا مِنْ حَمْلِيَّةٍ وَمُنْفَصِلَةٍ، كَقَوْلِنَا: كُلُّ عَدَدٍ إِمَّا زَوْجٌ أَوْ فَرْدٌ، وَكُلُّ زَوْجٍ فَهُوَ مُنْقَسِمٌ بِمُتَسَاوِيَيْنِ، يُنْتِجُ: كُلُّ عَدَدٍ إِمَّا فَرْدٌ أَوْ مُنْقَسِمٌ بِمُتَسَاوِيَيْنِ؛

ofwel uit een en een , zoals “Elk getal is even of oneven, en elk even getal is te delen in twee gelijke delen”, wat oplevert: “Elk getal is oneven of te delen in twee gelijke delen”;

p. 16–17

48

أَوْ مِنْ مُتَّصِلَةٍ وَمُنْفَصِلَةٍ، كَقَوْلِنَا: كُلَّمَا كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ حَيَوَانٌ، وَكُلُّ حَيَوَانٍ فَهُوَ إِمَّا أَبْيَضُ أَوْ أَسْوَدُ، يُنْتِجُ: كُلَّمَا كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ إِمَّا أَبْيَضُ أَوْ أَسْوَدُ.

ofwel uit een en een , zoals “Telkens als dit een mens is, is het een dier; en elk dier is wit of zwart”, wat oplevert: “Telkens als dit een mens is, is het wit of zwart.”

p. 17

49

وَأَمَّا الْقِيَاسُ الِاسْتِثْنَائِيُّ فَالشَّرْطِيَّةُ الْمَوْضُوعَةُ فِيهِ إِنْ كَانَتْ مُتَّصِلَةً، فَاسْتِثْنَاءُ عَيْنِ الْمُقَدَّمِ يُنْتِجُ عَيْنَ التَّالِي، كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ حَيَوَانٌ، لَكِنَّهُ إِنْسَانٌ، فَهُوَ حَيَوَانٌ.

Dan het . Is de daarin verbindend, dan levert het bevestigen van het het op, zoals “Als dit een mens is, is het een dier; maar het is een mens, dus het is een dier.”

p. 17

50

وَاسْتِثْنَاءُ نَقِيضِ التَّالِي يُنْتِجُ نَقِيضَ الْمُقَدَّمِ، كَقَوْلِنَا: إِنْ كَانَ هَذَا إِنْسَانًا فَهُوَ حَيَوَانٌ، لَكِنَّهُ لَيْسَ بِحَيَوَانٍ، فَلَا يَكُونُ إِنْسَانًا؛

En het bevestigen van het van het levert het tegenstrijdige van het op, zoals “Als dit een mens is, is het een dier; maar het is geen dier, dus het is geen mens.”

p. 17

51

وَإِنْ كَانَتْ مُنْفَصِلَةً فَاسْتِثْنَاءُ عَيْنِ أَحَدِ الْجُزْءَيْنِ يُنْتِجُ نَقِيضَ التَّالِي، كَقَوْلِنَا: الْعَدَدُ إِمَّا زَوْجٌ أَوْ فَرْدٌ، لَكِنَّهُ زَوْجٌ، يُنْتِجُ: أَنَّهُ لَيْسَ بِفَرْدٍ، أَوْ لَكِنَّهُ فَرْدٌ، يُنْتِجُ: أَنَّهُ لَيْسَ بِزَوْجٍ، وَاسْتِثْنَاءُ نَقِيضِ أَحَدِهِمَا يُنْتِجُ عَيْنَ الثَّانِي.

Is ze , dan levert het bevestigen van het ene deel het van het andere op, zoals “Een getal is even of oneven; maar het is even”, wat oplevert: “Het is niet oneven”; of “maar het is oneven”, wat oplevert: “Het is niet even.” En het bevestigen van het tegenstrijdige van het ene deel levert het andere op.

p. 17–18

De vijf kunsten (al-ṣināʿāt al-khams)

الصِّنَاعَات الخَمْس
52

الْبُرْهَانُ هُوَ: قِيَاسٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ يَقِينِيَّةٍ لِإِنْتَاجِ يَقِينِيَّاتٍ،

De is een dat bestaat uit , om zekere conclusies op te leveren.

p. 18

53

وَالْيَقِينِيَّاتُ أَقْسَامٌ: أَحَدُهَا: أَوَّلِيَّاتٌ، كَقَوْلِنَا: الْوَاحِدُ نِصْفُ الِاثْنَيْنِ، وَالْكُلُّ أَعْظَمُ مِنَ الْجُزْءِ؛ وَمُشَاهَدَاتٌ، كَقَوْلِنَا: الشَّمْسُ مُشْرِقَةٌ، وَالنَّارُ مُحْرِقَةٌ؛ وَمُجَرَّبَاتٌ، كَقَوْلِنَا: السَّقَمُونِيَا تُسَهِّلُ الصَّفْرَاءَ؛

zijn er in verschillende soorten. , zoals “Eén is de helft van twee” en “Het geheel is groter dan het deel”; waarnemingen, zoals “De zon schijnt” en “Vuur brandt”; ervaringskennis, zoals “Scammonia drijft de gal af”;

p. 18

54

وَحَدْسِيَّاتٌ، كَقَوْلِنَا: نُورُ الْقَمَرِ مُسْتَفَادٌ مِنْ نُورِ الشَّمْسِ؛ وَمُتَوَاتِرَاتٌ، كَقَوْلِنَا: مُحَمَّدٌ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ ادَّعَى النُّبُوَّةَ، وَظَهَرَتِ الْمُعْجِزَةُ عَلَى يَدِهِ؛ وَقَضَايَا قِيَاسَاتُهَا مَعَهَا، كَقَوْلِنَا: الأَرْبَعَةُ زَوْجٌ بِسَبَبِ وَسَطٍ حَاضِرٍ فِي الذِّهْنِ وَهُوَ: الِانْقِسَامُ بِمُتَسَاوِيَيْنِ.

, zoals “Het licht van de maan komt van het licht van de zon”; , zoals “Muḥammad – God zegene hem en schenke hem vrede – zei dat hij profeet was, en er gebeurden wonderen door zijn handen”; en die hun bewijs met zich meedragen, zoals “Vier is even”. Dat komt door een die al in de geest aanwezig is: te delen zijn in twee gelijke delen.

p. 18

55

وَالْجَدَلُ هُوَ: قِيَاسٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ مَشْهُورَةٍ أَوْ مُسَلَّمَةٍ عِنْدَ النَّاسِ أَوْ عِنْدَ الْخَصْمَيْنِ، كَقَوْلِنَا: الْعَدْلُ حَسَنٌ، وَالظُّلْمُ قَبِيحٌ.

De is een dat bestaat uit die algemeen aanvaard zijn, of die mensen of twee tegenstanders elkaar toegeven, zoals “Rechtvaardigheid is goed, en onrecht is slecht.”

p. 19

56

وَالْخَطَابَةُ هِيَ: قِيَاسٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ مَقْبُولَةٍ مِنْ شَخْصٍ مُعْتَقَدٍ فِيهِ أَوْ مَظْنُونَةٍ.

De is een dat bestaat uit die men aanvaardt van iemand die men vertrouwt, of die alleen waarschijnlijk zijn.

p. 19

57

وَالشِّعْرُ: قِيَاسٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ مَقْبُولَةٍ مُتَخَيَّلَةٍ تَنْبَسِطُ مِنْهَا النَّفْسُ أَوْ تَنْقَبِضُ.

De is een dat bestaat uit aanvaarde verbeeldingen, waardoor de ziel zich opent of juist sluit.

p. 19

58

وَالْمُغَالَطَةُ: قِيَاسٌ مُؤَلَّفٌ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ كَاذِبَةٍ شَبِيهَةٍ بِالْحَقِّ أَوْ بِالْمَشْهُورِ، أَوْ مِنْ مُقَدِّمَاتٍ وَهْمِيَّةٍ كَاذِبَةٍ.

De is een dat bestaat uit onware die lijken op de waarheid of op wat algemeen aanvaard is, of uit onware inbeeldingen.

p. 19

59

وَالْعُمْدَةُ هُوَ الْبُرْهَانُ لَا غَيْرُ. انْتَهَى.

Alleen op de kan men vertrouwen, op niets anders. Einde.

p. 19