Home / Ottoman path · level 2 / Les 1 van 17

Op slot

Betekenisaanduiding

Terug naar level 2

Preview

A look at lesson 1 of level 2. Level 2 opens after level 1; until then you can read this lesson, but its test and the way on stay closed.

Ottoman path · level 2 · Sharḥ Īsāghūjī · Les 1 van 17

Betekenisaanduiding

Uitingen en betekenisaanduiding · Matn 3–5

الأَلْفَاظ وَالدَّلَالَة

Arabic text after the print of Beirut · translation by The Mantiqi, draft

About this text

Sharḥ Īsāghūjī شَرْحُ إِيساغُوجِي

Ḥusām al-Dīn al-Kātī (d. ca. 760/1359)

Text
Arabic: Sharḥ matn al-Īsāghūjī fī al-manṭiq, with notes by Qāsim Naʿīm al-Ḥanafī (not reproduced), Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya, Beirut View the scan
Translation
The Mantiqi's own; a draft.
Review
Draft, awaiting review by Ustadh Muhammad Yusuf.

De matn

إِيسَاغُوجِي: اللَّفْظُ الدَّالُّ يَدُلُّ عَلَى مَا وُضِعَ لَهُ بِالْمُطَابَقَةِ، وَعَلَى جُزْئِهِ بِالتَّضَمُّنِ إِنْ كَانَ لَهُ جُزْءٌ، وَعَلَى مَا يُلَازِمُهُ فِي الذِّهْنِ بِالِالْتِزَامِ،

Īsāghūjī (Inleiding). Een die iets aanduidt, duidt de betekenis waarvoor ze volgens afspraak is vastgesteld aan door . Een deel van die betekenis, als die een deel heeft, duidt ze aan door . En wat er in de geest vast bij hoort, duidt ze aan door .

Zin 3

كَالإِنْسَانِ، فَإِنَّهُ يَدُلُّ عَلَى الْحَيَوَانِ النَّاطِقِ بِالْمُطَابَقَةِ، وَعَلَى أَحَدِهِمَا بِالتَّضَمُّنِ، وَعَلَى قَابِلِ الْعِلْمِ وَصَنْعَةِ الْكِتَابَةِ بِالِالْتِزَامِ؛

Neem “mens”: door duidt het “redelijk dier” aan, door een van die twee, en door “kan kennis opdoen en het schrijven leren”.

Zin 4

وَالدَّلَالَةُ فِعْلِيَّةٌ وَعَقْلِيَّةٌ وَطَبِيعِيَّةٌ وَوَضْعِيَّةٌ.

gebeurt door een handeling, door het verstand, door de natuur of volgens afspraak.

Zin 5

Het commentaar Ḥusām al-Dīn al-Kātī

الحمدُ للهِ الواجبِ وجودُهُ، المُمتنعِ نظيرُهُ، المُمكنِ سواهُ وغيرُهُ، الصَّادرِ باختيارهِ شرُّهُ وخيرُهُ، والصلاةُ والسلامُ على رسولهِ مُحمّدٍ الذي انتشرَ به نهيُهُ وأَمرُهُ. أمَّا بعدُ: فإنَّ كتابَ الشيخ الإمام قدوةِ الحكماء الراسخين أثيرِ الدينِ الأبهريِّ طيَّبَ اللهُ ثراه وجعل الجنة مثوَاه المشهورَ بإيساغوجي، لمَّا كان على بعض الإخوان مُتعسِّراً، وعلى بعضِهم مُتيسِّراً، أردتُ أن أكتبَ بالتماسهم أوراقاً لِتُزيلَ تعسّرهُ، وتُعمِّمَ تيسّرهُ، واللهُ خيرُ الميسّرين والموفّقين

Lof zij God, wiens bestaan noodzakelijk is, wiens gelijke onmogelijk is en buiten wie al het andere slechts mogelijk is; door wiens keuze het kwade en het goede daarvan voortkomen. Zegen en vrede zij met Zijn Gezant Muḥammad, door wie Zijn verboden en Zijn geboden zich verspreidden. Dan het volgende. Het boek van de shaykh en imam, het voorbeeld van de vast gegronde wijzen, Athīr al-Dīn al-Abharī – moge God zijn rustplaats welriekend maken en het Paradijs zijn verblijf –, dat bekendstaat als de Īsāghūjī, was voor sommige broeders moeilijk en voor anderen gemakkelijk. Daarom wilde ik op hun verzoek enkele bladzijden schrijven om de moeilijkheid ervan weg te nemen en het gemak ervan voor iedereen bereikbaar te maken. God is de beste van wie dingen gemakkelijk maken en welslagen schenken.

Sharḥ Īsāghūjī · p. 9

قالَ: إيساغوجي: اللفظُ الدالُّ على تمامِ ما وُضِعَ له بالمُطابقةِ، وعلى جُزئِهِ بالتضمُّن إن كان له جزءٌ، وعلى ما يُلازمه في الذِّهن بالالتزام كالإنسان، فإنه يدلُّ على الحيوان الناطقِ بالمطابقةِ، وعلى أحدِهما بالتضمُّن، وعلى قابلِ العلم وصنعةِ الكتابة بالالتزام

أَقُولُ: إنَّ للمنطقيين اصطلاحاتٍ يجبُ استحضارُها على المبتدئ إذا أرادَ أن يشرعَ في شيءٍ من العلوم، ومنها إيساغوجي، وهو لفظٌ يوناني يُرادُ به الكلياتُ الخمسُ، وهي الجنسُ، والنوعُ، والفصلُ، والخاصَّةُ، والعرضُ العامُّ، وهذه يتوقَّفُ معرفتُها على بيانِ الدِّلالات الثلاث، وهي المطابقةُ، والتضمُّنُ، والالتزامُ، وأقسامِ اللفظِ. والدِّلالةُ هي كونُ الشيء بحالةٍ يلزمُ من العلمِ به العلمُ بشيءٍ آخرَ، الأولُ: هو الدالُّ، والثاني: هوالمدلول. فمن هذا عرفتَ أن الدليلَ هو الذي يلزمُ من العلمِ به العلمُ بشيءٍ آخرَ، وكذا عَرفتَ أنَّ المدلول هو الذي يلزمُ من العلم بشيءٍ آخرَ العلمُ به، والدِّلالةُ تنقسمُ إلى أقسامٍ ثلاثةٍ: طبعيةٍ وعقليةٍ ووضعيةٍ، فالدِّلالةُ الطبعيةُ أن تكونَ بحَسْبِ اقتضاء الطَّبْع كدلالةِ أح أُح على وجع الصدر، فإن طبعَ اللافظ يقتضي التلفُّظَ به عند عُروض الوجع، والدلالةُ العقليةُ أن تكون بحَسْبِ اقتضاء العقل كدلالة لفظ دَيزٍ المسموع من وراءِ الجدار على وجود اللافظ، والمرادُ من الدلالة ههنا الدلالةُ اللفظيةُ الوضعيةُ التي تكون بحَسْبِ وضع اللفظ الدال على المعنى وهي ثلاثةُ أقسامٍ، لأن اللفظَ الدالَّ على المعنى لا يخلو من أن يدلَّ على تمام ما وُضِعَ له، أو يدلَّ على جزءِ ما وُضِعَ له، أو يدلَّ على ما يُلازمه في الذهن، فإن كان الأولَ فالدلالةُ دلالةٌ بالمطابقة، وإن كان الثاني فالدلالةُ دلالةٌ بالتَّضمن، وإن كان الثالثَ فالدلالةُ دلالةٌ بالالتزام، مثالُ الدلالة بالمطابقة كالإنسان فإنه يدلُّ على الحيوان الناطق بالمطابقة لكونه تمامَ ما وضع له الإنسانُ، وإنما سُمِّيتْ هذه الدلالةُ مطابقةً، لأن اللفظَ موافقٌ لتمام ما وضع له، وذلك مأخوذٌ من قولهم طابقَ النعلُ بالنعلِ إذا توافقتا، ومثالُ الدلالة بالتضمُّن كالإنسان إذا دلَّ على أحدهما أي على الحيوان أو على الناطق، وإنما سُمِّيت هذه الدلالةُ تضمُّناً لأنه يدلُّ على الجزء الذي في ضمنه، ومثالُ الدلالة بالالتزام كالإنسان إذا دلَّ على قابل العلم وصنعة الكتابة، وإنما سُمِّيت هذه الدلالةُ بالالتزام، لأن اللفظَ لا يدلُّ على كل أمرٍ خارجٍ عنه، بل يدلُّ على الخارجِ اللازمِ له في الذهن، وإنما قيَّد قوله على ما يلازمه بقوله في الذهن، لأن الملازمةَ الخارجيةَ لو جُعلت شرطاً لم تتحقَّق دلالةُ الالتزام بدونها لامتناع تحقُّق المشروط بدون تحقق الشَّرطِ، واللازمُ باطلٌ فكذا الملزومُ، لأن العدم كالعمى يدلُّ على الملكة كالبصر التزاماً، لأنَّ العمى عدمُ البصرِ عمَا من شأنِه أن يكون بصيراً مع أَنَّ بينهما معاندةً في الخارج، لا يقالُ هذه الدلالةُ تضمنيةٌ، لأنا نقولُ: العمى عبارةٌ عن عدمٍ مضافٍ إلى البصر فيكون البصرُ خارجاً عنه فيمتنعُ أن يكون دلالةً تضمنيةً.

De logici hebben vaktermen die een beginner paraat moet hebben als hij aan een van de wetenschappen wil beginnen. Een daarvan is de Īsāghūjī, een Grieks woord waarmee de vijf bedoeld worden: , soort, , en . Om die te kennen moeten eerst de drie soorten worden uitgelegd – door , door en door – en de indelingen van de . Betekenisaanduiding is: dat iets zo gesteld is dat wie het kent, daardoor ook iets anders kent. Het eerste is het aanduidende, het tweede het aangeduide. Hieruit blijkt dat een aanwijzing datgene is waarvan de kennis de kennis van iets anders meebrengt. Evenzo blijkt dat het aangeduide datgene is wat men kent doordat men iets anders kent. Betekenisaanduiding is er in drie soorten: door de natuur, door het verstand en volgens afspraak. Betekenisaanduiding door de natuur ontstaat doordat de natuur het vraagt, zoals “ach, ach” pijn in de borst aanduidt: de natuur van de spreker brengt hem ertoe dat uit te brengen wanneer de pijn opkomt. Betekenisaanduiding door het verstand ontstaat doordat het verstand het vraagt, zoals het woord “dayz”, gehoord van achter een muur, aanduidt dat daar iemand is die het uitsprak. Met betekenisaanduiding wordt hier bedoeld: betekenisaanduiding door woorden volgens afspraak, die er is doordat de uiting volgens afspraak is vastgesteld om de betekenis aan te duiden. Die is er in drie soorten. Want een uiting die een betekenis aanduidt, duidt ofwel het geheel aan van waarvoor ze is vastgesteld, ofwel een deel van waarvoor ze is vastgesteld, ofwel wat er in de geest vast bij hoort. In het eerste geval is de betekenisaanduiding door overeenstemming, in het tweede door insluiting, in het derde door implicatie. Een voorbeeld van betekenisaanduiding door overeenstemming is “mens”: dat duidt “redelijk dier” aan door overeenstemming, omdat dat het geheel is van waarvoor “mens” is vastgesteld. Deze betekenisaanduiding heet “door overeenstemming” omdat de uiting overeenstemt met het geheel van waarvoor ze is vastgesteld. De [Arabische] naam komt van de uitdrukking “de sandaal stemde overeen met de sandaal”, die men gebruikt als twee sandalen bij elkaar passen. Een voorbeeld van betekenisaanduiding door insluiting is “mens” wanneer het een van die twee aanduidt, dus “dier” of “redelijk”. Deze betekenisaanduiding heet “door insluiting” omdat de uiting het deel aanduidt dat in haar betekenis ingesloten ligt. Een voorbeeld van betekenisaanduiding door implicatie is “mens” wanneer het “kan kennis opdoen en het schrijven leren” aanduidt. Deze betekenisaanduiding heet “door implicatie” omdat de uiting niet alles aanduidt wat buiten haar betekenis ligt, maar alleen wat erbuiten ligt en er in de geest vast bij hoort. Hij heeft zijn woorden “wat er vast bij hoort” beperkt met “in de geest”. Want als samenhang in de buitenwereld een voorwaarde was, kon betekenisaanduiding door implicatie zonder die samenhang niet bestaan, omdat wat aan een voorwaarde gebonden is, niet kan bestaan zonder die voorwaarde. Maar dat gevolg is onjuist, en dus ook datgene waaruit het volgt. Want een gemis, zoals blindheid, duidt door implicatie het bijbehorende vermogen aan, zoals het zien: blindheid is het ontbreken van het zien bij iets wat van nature zou moeten zien. En toch staan die twee in de buitenwereld tegenover elkaar. Men kan niet tegenwerpen dat deze betekenisaanduiding door insluiting is. Want wij antwoorden: blindheid staat voor een ontbreken dat op het zien betrokken is; het zien ligt er dus buiten, en de betekenisaanduiding kan niet door insluiting zijn.

Sharḥ Īsāghūjī · p. 9

Test jezelf

3 vragen over wat het commentaar uitlegt. Met 6 van de 10 of meer (twee sterren) gaat de volgende les open.

  1. Vraag 1

    Volgens de matn duidt betekenisaanduiding door implicatie aan wat “in de geest” vast bij de betekenis hoort. Waarom voegde de auteur volgens al-Kātī “in de geest” toe?

    وإنما قيَّد قوله على ما يلازمه بقوله في الذهن

  2. Vraag 2

    Iemand werpt tegen dat “blindheid” “zien” aanduidt door insluiting, niet door implicatie. Wat antwoordt al-Kātī?

  3. Vraag 3

    Een woord dat van achter een muur gehoord wordt, laat weten dat daar iemand is die het uitsprak. Hoe deelt al-Kātī deze betekenisaanduiding in?

Volgende les: Enkelvoudig en samengesteld, universale en particulier begrip

Verder →