خاتِمَةٌ
لِكُلِّ عِلْمٍ ثَلاثَةُ أُمُورٍ: أَحَدُها المَوْضُوعُ، وَهُوَ ما يُبْحَثُ فِي العِلْمِ عَنْ عَوارِضِهِ اللّاحِقَةِ الذّاتِيَّةِ، كَبَدَنِ الإِنْسانِ لِعِلْمِ الطِّبِّ، وَالكَلِمَةِ وَالكَلامِ لِعِلْمِ النَّحْوِ، وَالمِقْدارِ المُتَّصِلِ لِعِلْمِ الهَنْدَسَةِ، وَالمَعْلُومِ التَّصَوُّرِيِّ وَالمَعْلُومِ التَّصْدِيقِيِّ لِصِناعَتِي هٰذِهِ. وَيَنْبَغِي أَنْ يُعْلَمَ أَنَّهُ لا يُبْحَثُ عَنْ وُجُودِ المَوْضُوعِ، وَلا يُبْحَثُ عَنْ ماهِيَّتِهِ فِي العِلْمِ الَّذِي هُوَ مَوْضُوعٌ لَهُ؛ فَلا يَبْحَثُ الطَّبِيبُ عَنْ بَدَنِ الإِنْسانِ مِنْ حَيْثُ إِنَّهُ مَوْجُودٌ، وَجِسْمٌ نامٍ، أَوْ حَيَوانٌ ناطِقٌ، وَلا النَّحْوِيُّ عَنْ حَقِيقَةِ الكَلِمَةِ وَالكَلامِ. وَمِنْ ثَمَّ لَمّا كانَ مَوْضُوعُ عِلْمِ الطَّبِيعِيِّ الجِسْمَ المُطْلَقَ، وَكانَ صاحِبُ هٰذا الفَنِّ يُورِدُ مَباحِثَ الهَيُولَى وَالصُّورَةِ فِي الطَّبِيعِيّاتِ، أُشْكِلَ عَلَيْهِ أَنَّ الهَيُولَى وَالصُّورَةَ مِنْ أَجْزاءِ الجِسْمِ وَمُقَوِّماتِهِ، فَكَيْفَ يُورِدُ هٰذِهِ المَباحِثَ فِي الطَّبِيعِيّاتِ؟ وَاعْتُذِرَ مِنْ قِبَلِهِ أَنَّ هٰذِهِ المَباحِثَ اسْتِطْرادِيَّةٌ. وَثانِيها المَبادِي، وَالمَبادِي ما يُبْتَنَى عَلَيْهِ المَسائِلُ، وَهِيَ إِمّا تَصَوُّرِيَّةٌ، أَيْ حُدُودٌ تُورَدُ لِمَوْضُوعِ الصِّناعَةِ وَأَجْزائِهِ وَجُزْئِيّاتِهِ وَأَعْراضِهِ الذّاتِيَّةِ، أَوْ تَصْدِيقِيَّةٌ، وَهِيَ المُقَدِّماتُ الَّتِي تُؤَلَّفُ مِنْها قِياساتُهُ، إِمّا بَدِيهِيَّةٌ وَتُسَمَّى العُلُومَ المُتَعارَفَةَ، أَوْ غَيْرُ بَدِيهِيَّةٍ بَلْ نَظَرِيَّةٌ مُسَلَّمَةٌ: فَإِنْ كانَ التَّسْلِيمُ عَلَى سَبِيلِ حُسْنِ الظَّنِّ مِمَّنْ أَلْقاهُ إِلَيْهِ تُسَمَّى أُصُولًا مَوْضُوعَةً، وَإِنْ كانَ التَّسْلِيمُ مَعَ الاسْتِنْكارِ يُسَمَّى مُصادَرَةً. وَثالِثُها المَسائِلُ، وَهِيَ الَّتِي اشْتَمَلَ العِلْمُ عَلَيْها، وَيُحاوَلُ إِثْباتُها بِالدَّلِيلِ.
Elke wetenschap heeft drie dingen. Het eerste is het onderwerp: datgene waarvan de , die het toekomen, in de wetenschap onderzocht worden; zoals het menselijk lichaam voor de geneeskunde, het woord en de zin voor de grammatica, de continue grootheid voor de meetkunde, en wat door gekend wordt en wat door gekend wordt voor deze kunst van mij. Men moet weten dat noch het bestaan van het onderwerp noch zijn wezen onderzocht wordt in de wetenschap waarvan het het onderwerp is. De arts onderzoekt het menselijk lichaam dus niet voor zover het bestaat, een groeiend lichaam is of een redelijk dier; en de grammaticus onderzoekt niet de van het woord en de zin. Daarom, omdat het onderwerp van de natuurwetenschap het lichaam als zodanig is, en de meester van dit vak de besprekingen van de oermaterie en de vorm in de natuurwetenschappen uiteenzet, is tegen hem de moeilijkheid ingebracht dat oermaterie en vorm tot de delen en bestanddelen van het lichaam horen: hoe kan hij deze besprekingen dan in de natuurwetenschappen uiteenzetten? Het excuus dat namens hem gegeven wordt, is dat deze besprekingen uitweidingen zijn. Het tweede zijn de beginselen. De beginselen zijn datgene waarop de vraagstukken gebouwd worden. Ze behoren ofwel tot de voorstelling: definities die gegeven worden van het onderwerp van de kunst, van zijn delen, zijn afzonderlijke gevallen en zijn essentiële accidenten; ofwel tot de instemming: de waaruit haar syllogismen bestaan. Die zijn ofwel vanzelfsprekend, en heten dan axioma's; ofwel niet vanzelfsprekend maar en toegegeven. Worden ze toegegeven uit een goede mening over wie ze naar voren bracht, dan heten ze gestelde grondslagen; worden ze met tegenzin toegegeven, dan heet [zo'n premisse] een postulaat. Het derde zijn de vraagstukken: wat de wetenschap bevat en wat ze met bewijs probeert vast te stellen.
al-Mirqāt · p. 62