Home / Ottomaans pad · level 2 / Les 5 van 17

Op slot

Definities

Terug naar level 2

Voorproefje

Een blik op les 5 van level 2. Level 2 gaat open na level 1; tot die tijd kun je deze les lezen, maar de toets en de weg verder blijven dicht.

Ottomaans pad · level 2 · Sharḥ Īsāghūjī · Les 5 van 17

Definities

Definitie · Matn 15–18

التَّعْرِيف

Tekst in het Arabisch naar de druk van Beirut · vertaling door The Mantiqi, concept

Over deze tekst

Sharḥ Īsāghūjī شَرْحُ إِيساغُوجِي

Ḥusām al-Dīn al-Kātī (d. ca. 760/1359)

Tekst
Arabisch: Sharḥ matn al-Īsāghūjī fī al-manṭiq, with notes by Qāsim Naʿīm al-Ḥanafī (not reproduced), Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya, Beirut Bekijk de scan
Vertaling
Van The Mantiqi zelf; een concept.
Controle
Concept, wacht op controle door Ustadh Muhammad Yusuf.

De matn

الْحَدُّ: قَوْلٌ دَالٌّ عَلَى مَاهِيَّةِ الشَّيْءِ، وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ وَفَصْلِهِ الْقَرِيبَيْنِ، كَالْحَيَوَانِ النَّاطِقِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ، وَهُوَ الْحَدُّ التَّامُّ؛

De is een uitspraak die het wezen van iets aanduidt. Bestaat ze uit het naaste en het naaste van dat ding, zoals “redelijk dier” voor de mens, dan is het de volledige essentiële definitie.

Zin 15

وَالْحَدُّ النَّاقِصُ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ الْبَعِيدِ وَفَصْلِهِ الْقَرِيبِ، كَالْجِسْمِ النَّاطِقِ بِالنِّسْبَةِ إِلَى الإِنْسَانِ.

De onvolledige bestaat uit het verre van het ding en zijn naaste , zoals “redelijk lichaam” voor de mens.

Zin 16

وَالرَّسْمُ التَّامُّ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ جِنْسِ الشَّيْءِ الْقَرِيبِ وَخَوَاصِّهِ اللَّازِمَةِ لَهُ، كَالْحَيَوَانِ الضَّاحِكِ فِي تَعْرِيفِ الإِنْسَانِ؛

De volledige bestaat uit het naaste van het ding en de die er vast bij horen, zoals “lachend dier” als definitie van de mens;

Zin 17

وَالرَّسْمُ النَّاقِصُ: وَهُوَ الَّذِي يَتَرَكَّبُ مِنْ عَرَضِيَّاتٍ تَخْتَصُّ جُمْلَتُهَا بِحَقِيقَةٍ وَاحِدَةٍ، كَقَوْلِنَا فِي تَعْرِيفِ الإِنْسَانِ: إِنَّهُ مَاشٍ عَلَى قَدَمَيْهِ، عَرِيضُ الأَظْفَارِ، بَادِي الْبَشَرَةِ، مُسْتَقِيمُ الْقَامَةِ، ضَحَّاكٌ بِالطَّبْعِ.

en de onvolledige bestaat uit die samen bij één alleen horen. Zo zeggen we om de mens te definiëren: hij loopt op twee voeten, heeft brede nagels, een onbehaarde huid en een rechte gestalte, en lacht van nature.

Zin 18

Het commentaar Ḥusām al-Dīn al-Kātī

قالَ: القولُ الشارحُ، الحدُّ: قولٌ دالٌّ على ماهية الشيء، وهو الذي يَتركَّبُ من جنس الشيء وفصلهِ القريبين كالحيوان الناطق بالنسبة إلى الإنسان، وهو الحدُّ التامُّ، والحدُّ الناقصُ: وهو الذي يتركَّبُ من الجنس البعيدِ وفصلهِ القريب كالجسم النَّاطق بالنسبة إلى الإنسانِ، والرسمُ التامُّ: وهو الذي يتركَّبُ من جنس الشيء القريب وخاصَّتهِ اللازمةِ كالحيوان الضاحك في تعريف الإنسان، والرسمُ الناقصُ: وهو الذي يتركَّبُ من عَرَضياتٍ تختصُّ جملتُها بحقيقةٍ واحدةٍ كقولنا في تعريف الإنسان: إنَّهُ مَاشٍ على قدميه، عريضُ الأظفار، بادي البشرة، مستقيمُ القامة، ضحَّاكٌ بالطَّبعِ

أَقُولُ: العلمُ على نوعين، أحدهما القولُ الشارحُ والآخرُ الحُجَّةُ. لأنه إن كان تصوُّراً مع عدمِ اعتبار الحكم فيه مُوصلاً إلى المطلوب التصوري، فهو القولُ الشارحُ، وإن كان تصوراً مع اعتبار الحكم فيه مُوصلاً إلى المطلوب التصديقيِّ، فهو الحُجَّةُ، وإذا عرفتَ هذا فنقولُ: من تلك الاصطلاحات المنطقية المذكورة القولُ الشارحُ، وهذا التعريفُ أعمُّ من أن يكون حداً أو رسماً، والحدُّ: قولٌ دالٌّ على ماهية الشيءِ، فقوله قولٌ دالٌّ: جنسٌ شاملٌ للحدِّ والرسمِ، وقوله على ماهية الشيء: يُخرِجُ الرسمَ كما سنبيِّنه، هذا هو تعريفُ الحدِّ، وقيل: لم يَجُزْ تعريفُهُ لئلا يلزمَ التَّسلسلُ. قلنا: لا نُسلِّمُ لزومَ التسلسل، لأن حدَّ الحدِّ نفسُ الحدِّ كما أَنَّ وجودَ الوجودِ نفسُ الوجودِ، والحدُّ ينقسمُ إلى قسمين تامٍّ وناقصٍ، والحدُّ التام: هو الذي يتركَّبُ من جنسِ الشيء وفصله القريبين كالحيوان الناطق بالنسبة إلى الإنسان، فإنك إذا قلتَ: ما الإنسانُ، فيقال: الحيوانُ الناطقُ، ومثلُ هذا هو الحدُّ التامُّ، أما كونُهُ حدًّا، فلأن الحدَّ في اللغة المنعُ، وهذا لكونه مُشتملاً على الذاتيات مانعٌ من دخول الغير فيه، وأما كونُهُ تاماً فلكون الذاتيات مذكورةً بتمامها فيه، والحدُّ النَّاقصُ: وهو الذي يتركَّبُ من الجنس البعيد وفصله القريب كالجسم الناطق بالنسبة إلى الإنسان، فإنه إذا سئل عن الإنسان بما هو، وأُجيب بأنه جسمٌ ناطقٌ كان الحدُّ ناقصاً، أما كونُهُ حدًّا فلما مَرَّ، وأما كونُهُ ناقصاً فلعدم ذكر بعض الذاتيات فيه، والرسمُ أيضاً ينقسمُ إلى قسمين: تامٍّ وناقصٍ، أمَّا الرسمُ التامُّ: فهو الذي يتركَّبُ من جنس الشيءِ القريب والخاصة اللازمة له كالحيوانِ الضاحك في تعريف الإنسان، أَمَّا كونهُ رَسماً فلأنَ رسمَ الدارِ أثرُها، ولمَّا كان هذا التعريفُ بالخاصَّةِ اللازمةِ التي هي من أثرِ الشيء كان تعريفاً بالأثرِ، وأما كونُهُ تاماً فلتحقُّقِ المُشابهةِ بينه وبين الحدِّ التامِ من جهة أَنَّهُ وُضِعَ فيه الجنسُ القريبُ، وقيّدَ بأمر يختصّ بالشيء وأما الرسمُ الناقصُ: فهو الذي يتركَّبُ من العرضيات التي تختصُّ جملتُها، لا كلُّ واحدٍ منها، بحقيقةٍ واحدةٍ كقولنا في تعريف الإنسان: أنه ماشٍ على قدميه عريضُ الأظفارِ بادي البشرةِ مستقيمُ القامةِ ضحَّاكٌ بالطبعِ، فإن جملةَ هذه الأمور العرضية مختصَّةٌ بالإنسان لا غير، بخلاف كلِّ واحد منها لوجود بعضٍ منها في غيره أيضاً، أما كونهُ رسماً فلما مَرَّ من أن الخاصةَ اللازمةَ من آثار الشيءِ، فيكونُ تعريفاً بالأثر الذي هو الرسمُ، وأمَّا كونُهُ ناقصاً فلعدمِ ذكر بعض أجزاء الرسم التامِّ فيه حتَّى تتحقَّقَ المشابهةُ بينهُ وبينَ الحدِّ الناقص كتحقُّقِها بين الرسمِ التامِ والحدِّ التامِ.

Kennis [die leidt tot wat gezocht wordt] is er in twee soorten: de ene is de , de andere het argument. Want is het een waarin geen oordeel in aanmerking wordt genomen en die leidt tot een gezochte voorstelling, dan is het de verklarende uitspraak. En is het [kennis] waarin wel een oordeel in aanmerking wordt genomen en die leidt tot een gezochte , dan is het het argument. Nu dit bekend is, zeggen we: tot de genoemde vaktermen van de logica hoort de verklarende uitspraak. Die term is algemener en omvat zowel de als de . De essentiële definitie is “een uitspraak die het wezen van iets aanduidt”. De woorden “een uitspraak die aanduidt” zijn een [binnen de definitie] dat de en de beschrijvende definitie omvat; “het wezen van iets” sluit de beschrijvende definitie uit, zoals we nog zullen uitleggen. Dit is de definitie van de essentiële definitie. Men heeft gezegd dat de essentiële definitie zelf niet gedefinieerd kan worden, omdat er anders een zou volgen. Wij antwoorden: we geven niet toe dat er een regressie volgt, want de essentiële definitie van de essentiële definitie is de essentiële definitie zelf, zoals het bestaan van het bestaan het bestaan zelf is. De essentiële definitie wordt in twee soorten verdeeld, volledig en onvolledig. De volledige essentiële definitie is die welke bestaat uit het naaste geslacht en het naaste van het ding, zoals “redelijk dier” bij de mens: vraagt men “wat is de mens?”, dan is het antwoord “redelijk dier”, en zoiets is een volledige essentiële definitie. Ze is een essentiële definitie omdat [het Arabische woord daarvoor] in de taal “verhindering” betekent: deze uitspraak bevat de essentiële delen en verhindert daardoor dat iets anders erin binnenkomt. Ze is volledig omdat de essentiële delen er volledig in genoemd worden. De onvolledige essentiële definitie is die welke bestaat uit het verre geslacht en het naaste soortverschil, zoals “redelijk lichaam” bij de mens: vraagt men over de mens “wat is het?” en luidt het antwoord dat hij een redelijk lichaam is, dan is de essentiële definitie onvolledig. Ze is een essentiële definitie om de reden die al gegeven is; ze is onvolledig omdat sommige essentiële delen er niet in genoemd worden. Ook de beschrijvende definitie wordt in twee soorten verdeeld, volledig en onvolledig. De volledige beschrijvende definitie is die welke bestaat uit het naaste geslacht van het ding en de die er vast bij hoort, zoals “lachend dier” als definitie van de mens. Ze is een beschrijvende definitie omdat [het Arabische woord daarvoor] ook het spoor van een huis aanduidt: deze definitie gebeurt door een onscheidbare eigenschap, en die is een van de sporen van het ding, dus het is een definitie door een spoor. Ze is volledig omdat ze lijkt op de volledige essentiële definitie: daarin staat het naaste geslacht, beperkt door iets wat alleen bij het ding hoort. De onvolledige beschrijvende definitie is die welke bestaat uit kenmerken die samen – niet elk afzonderlijk – bij één alleen horen. Zo zeggen we om de mens te definiëren: “hij loopt op twee voeten, heeft brede nagels, een onbehaarde huid en een rechte gestalte, en lacht van nature”. Samen horen deze accidentele kenmerken bij de mens en bij niets anders, in tegenstelling tot elk afzonderlijk, want sommige ervan komen ook bij andere dingen voor. Ze is een beschrijvende definitie om de reden die al gegeven is: de onscheidbare eigenschap is een van de sporen van het ding, dus dit is een definitie door een spoor, en dat is wat een beschrijvende definitie is. Ze is onvolledig omdat sommige delen van de volledige beschrijvende definitie er niet in genoemd worden, zodat ze lijkt op de onvolledige essentiële definitie, zoals de volledige beschrijvende definitie lijkt op de volledige essentiële definitie.

Sharḥ Īsāghūjī · p. 33

Test jezelf

3 vragen over wat het commentaar uitlegt. Met 6 van de 10 of meer (twee sterren) gaat de volgende les open.

  1. Vraag 1

    Iemand zegt dat de essentiële definitie zelf niet gedefinieerd kan worden, omdat er dan een oneindige regressie zou volgen. Wat antwoordt al-Kātī?

  2. Vraag 2

    Waarom heet de essentiële definitie volgens al-Kātī in het Arabisch ḥadd?

    الحدَّ في اللغة المنعُ

  3. Vraag 3

    Waarom heet “lachend dier” voor de mens volgens al-Kātī een volledige beschrijvende definitie?

Volgende les: De propositie en haar soorten

Verder →