البرهانُ: وهو قياسٌ مُؤلّفٌ من مُقدّماتٍ يقينيةٍ لإنتاج اليقين، أَمَّا اليقينياتُ فأقسامٌ: أحدُهما أَولياتٌ: كقولنا الواحدُ نصفُ الاثنين، والكلُّ أعظمُ من الجزء، ومُشاهدَاتٌ: كقولنا الشَّمسُ مشرقةٌ، والنارُ مُحرِقةٌ، ومُجرَّباتٌ: كقولنا السَّقمونيا مُسهِلٌ للصفراء، وحَدْسياتٌ: كقولنا نورُ القمرِ مُستفادٌ من نورِ الشمسِ، ومُتواتراتٌ: كقولنا مُحمَّدٌ عليه الصَّلاةُ والسَّلامُ ادَّعى النُّبوةَ، وأظهرَ المُعجزاتِ على يده، وقضايا قياساتُها معها: كقولنا الأربعةُ زوجٌ بسبب وسطٍ حاضرٍ في الذِّهنِ هو الانقسامُ بمُتساويين.
من الاصطلاحاتِ المنطقيةِ المذكورةِ التي يجبُ استحضارُها عند الخوض في شيء من العلومِ البرهانُ: وهو يُرسَمُ بأنه قياسٌ مُؤلّفٌ من مقدّماتٍ يقينيةٍ لإنتاجِ اليقين كما مَرَّ من الأمثلة، واليقين: هو اعتقادُ الشيءِ بأنَّهُ لا يُمكِنُ إلا أن يكونَ كذا اعتقاداً مُطابقاً للواقع غيرَ مُمكنِ الزَّوال، وقوله لا يمكنُ إلا أن يكون كذا: يُخرِجُ الظنَّ: وهو اعتقادُ الراجح، وقوله مطابقاً للواقعِ: يُخرِجُ الجهلَ المركَّبَ فإنَّهُ وإن كان اعتقاداً بأنه لا يمكنُ إلا أن يكونَ كذا، لكنَّ ليس مُطابقاً للواقعِ في نفسِ الأمرِ، وقوله غيرَ ممكنِ الزوالِ: يُخرِجُ اعتقادَ المُقلِّد، لأن الاعتقادَ فيه لا عن دليلٍ فيمكن زوالُهُ، وأما اليقينياتُ فأقسامٌ: منها أوَّلياتٌ: وهي ما يحكمُ العقلُ فيه بمجرَّدِ تصوّرِ الطرفين كقولنا: الواحدُ نصفُ الاثنينِ، والكلُّ أعظمُ من الجزءِ، ومنها مُشاهدَاتٌ: وهي ما يحكمُ العقلُ فيه بالحسِّ سواءٌ كان من الحواسِّ الظاهرةِ أو الباطنة كقولنا: النارُ محرقةٌ، والشمسُ مشرقةٌ، وقولنا: إنَّ لنا غضباً وخوفاً، ومنها مُجرَّباتٌ: وهي ما يحتاجُ العقلُ في جزمِ الحكمِ فيه إلى تكرَار المشاهدة مرةً بعد أخرى كقولنا: شربُ السقمونيا مُسهلٌ للصفراء، وهذا الحكمُ إنما يحصلُ بواسطة المشاهدات الكثيرة، ومنها حَدْسياتٌ: وهي ما لا يحتاجُ العقلُ في جزم الحكم فيه إلى واسطة تكرَار المشاهدة كقولنا: نورُ القمرِ مُستفادٌ من نورِ الشمس لاختلاف تشكُّلاته النُّوريةِ بحَسْبِ اختلاف أوضاعه من الشمس قُرباً وبُعداً، ومنها مُتواتراتٌ: وهي ما يَحكمُ العقلُ فيه بجزمِ الحكم بواسطةِ السَّماع من جمعٍ كثيرٍ استحالَ العقلُ توافُقَهم على الكذبِ، كالحكم بأنَّ النبيَّ ﷺ ادَّعى النُّبوة وأظهرَ المعجزةَ على يده، ومنها قضايا قياساتُها معها: وهي ما يَحكمُ العقلُ فيه بواسطةِ أمرٍ حاضرٍ لا يغيبُ عن الذهنِ عند تصوُّرِ الطرفين كقولنا: الأربعةُ زوجٌ، بسبب وسطٍ حاضرٍ في الذهنِ، وهو الانقسام بمُتساويين، والوسطُ: ما يقترنُ بقولنا لأنَّهُ حين يُقَالُ كذا وكذا.
Een van de genoemde vaktermen van de logica, die men paraat moet hebben wanneer men aan een van de wetenschappen begint, is de . Daarvan wordt deze gegeven: “een dat bestaat uit , om zekere conclusies op te leveren”, zoals in de eerder gegeven voorbeelden. Zekerheid is: van iets geloven dat het niet anders kan zijn dan zo, met een geloof dat overeenkomt met de en niet kan verdwijnen. Zijn woorden “dat het niet anders kan zijn dan zo” sluiten het vermoeden uit: geloven wat waarschijnlijker is. Zijn woorden “dat overeenkomt met de werkelijkheid” sluiten de samengestelde onwetendheid uit [onwetend zijn zonder dat te weten]: hoewel dat een geloof is dat iets niet anders kan zijn dan zo, komt het niet overeen met de werkelijkheid zoals die op zichzelf is. Zijn woorden “en niet kan verdwijnen” sluiten het geloof uit van iemand die een autoriteit navolgt, omdat zijn geloof niet uit een bewijs voortkomt en dus kan verdwijnen. Zekere premissen zijn er in verschillende soorten. Daartoe horen de : daarin oordeelt het verstand alleen al door zich de twee termen voor te stellen, zoals onze uitspraken “Eén is de helft van twee” en “Het geheel is groter dan het deel.” Daartoe horen de waarnemingen: daarin oordeelt het verstand door de zintuigen, de uiterlijke of de innerlijke, zoals onze uitspraken “Vuur brandt” en “De zon schijnt”, en onze uitspraak “We voelen woede en angst.” Daartoe hoort de ervaringskennis: daarin heeft het verstand, om zeker te zijn van het oordeel, herhaalde waarneming nodig, keer op keer, zoals onze uitspraak “Scammonia drinken drijft de gal af”; dit oordeel ontstaat alleen door middel van veel waarnemingen. Daartoe horen de : daarin heeft het verstand, om zeker te zijn van het oordeel, de tussenkomst van herhaalde waarneming niet nodig, zoals onze uitspraak “Het licht van de maan komt van het licht van de zon”, omdat de vormen van haar licht wisselen naargelang haar stand ten opzichte van de zon wisselt, dichterbij en verder weg. Daartoe horen de : daarin is het verstand zeker van het oordeel doordat het dit hoort van een grote groep mensen van wie het verstand het onmogelijk acht dat ze het over een leugen eens zijn geworden, zoals het oordeel dat de Profeet – God zegene hem en schenke hem vrede – zei dat hij profeet was, en dat er een wonder door zijn handen gebeurde. Daartoe horen de die hun bewijs met zich meedragen: daarin oordeelt het verstand door middel van iets wat aanwezig is en niet uit de geest verdwijnt wanneer men zich de twee termen voorstelt, zoals onze uitspraak “Vier is even”, “door een die al in de geest aanwezig is”, namelijk te delen zijn in twee gelijke delen. De middenterm is wat verbonden wordt met ons woord “omdat”, wanneer men zegt: “dit [is zo] omdat dat [zo is].”
Sharḥ Īsāghūjī · p. 73