Elk van beide is ofwel een , over één ding, zoals in de voorbeelden hierboven; ofwel is ze algemeen, met een , zoals “Elke mens is een schrijver” en “Geen mens is een schrijver”; ofwel is ze , met een kwantor, zoals “Sommige mensen zijn schrijvers” en “Niet elke mens is een schrijver”; ofwel is ze geen van beide, en dan heet ze , zoals “De mens is een schrijver” en “De mens is geen schrijver.”
أَقُولُ: القضيةُ تنقسمُ ثانياً إلى موجبةٍ وسالبةٍ، لأن تلك النسبةَ التي ذكرناها إن كانت حكماً بأن يُقالَ: الموضوعُ محمولٌ، فالقضيةُ موجبةٌ كقولنا: زيدٌ كاتبٌ، وإن كانت حكماً بأن يقالَ: الموضوعُ ليس بمحمولٍ، فالقضيةُ سالبةٌ كقولنا: زيدٌ ليس بكاتبٍ.
Ten tweede wordt een verdeeld in bevestigend en ontkennend. Want is de relatie die we noemden een oordeel dat “het is het ”, dan is de propositie bevestigend, zoals “Zayd is een schrijver”; en is ze een oordeel dat “het subject is niet het predicaat”, dan is de propositie ontkennend, zoals “Zayd is geen schrijver.”
قالَ: وكلُّ واحدٍ منهما، إمَّا مخصوصةٌ كما ذكرنا، وإمَّا كليةٌ مُسوَّرةٌ كقولنا: كلُّ إنسانٍ كاتبٌ، ولا شيءَ من الإنسانِ بكاتبٍ، وإمَّا جُزئيَّةٌ مُسوَّرةٌ كقولنا: بعضُ الإنسانِ كاتبٌ، وبعضُ الإنسان ليس بكاتبٍ، وإما أن لا تكونَ كذلك، وتُسمَّى مُهملةً كقولنا: الإنسانُ كاتبٌ، والإنسانُ ليس بكاتبٍ.
أَقُولُ: كلُّ واحدةٍ من القضية الموجبة والسالبة، إما أن تكونَ مخصوصةً أو محصورةً سواءٌ كانت كليةً، أو جزئيةً، أو مُهملةً، لأنه إن كان الموضوعُ في القضية شخصاً مُعيَّناً جُزئياً، فالقضيةُ مخصوصةٌ كما ذكرنا في مثال المُوجبة والسالبةِ نحو: زيدٌ كاتبٌ، وزيدٌ ليس بكاتبٍ وأمَّا تَسميتُها مخصوصةً، فلخُصوص موضوعِها، وقد يُقالُ لها شخصيةٌ، لكون موضوعِها شخصاً مُعيَّناً جزئيا، وإن لم يكن موضوعُها أي موضوعُ القضية شخصاً معيَّناً جزئياً، بل يكونُ غيرَ مُعيَّنٍ كُليًّا، فإن بُيِّنَ فيها كميَّةُ أفرادِ الموضوع من الكُليَّة والجُزئيَّة، فالقضيةُ محصورةٌ ومسوَّرةٌ، أمَّا كونُها محصورةً: فلحصر أفراد موضوعها، وأمَّا كونُها مسوَّرةً: فلاشتمالها على السُّور الذي هو اللفظُ الدالُّ على كميَّة أفراد الموضوع حاصراً لها، ومُحيطاً بها، والسُّورُ مأخوذٌ من سورِ البلد، فكما أنَّه يحصُرُ البلدَ كذلك ما يدلُّ على كميَّة الأفراد يحصُرُ أفرادَ الموضوع، وهذه المحصورةُ إمَّا أن يُحكَمَ فيها على كلِّ الأفراد، أو على بعضِها، وعلى التَّقديرينِ، فالحكمُ إما بالإيجاب أو بالسَّلب، فإن كان الأولَ فالقضيةُ كليةٌ مسورةٌ موجبةٌ كقولنا: كلُّ إنسانٍ كاتبٌ، أو سالبةٌ كقولنا لا شيءَ من الإنسانِ بكاتبٍ، والسُّورُ في المُوجَبةِ الكُليَّةِ نحو كُلَّ، وفي السالبة نحو لا شيءَ، ولا واحدَ كما ذكرنا، وإن كان الثانيَ أي إن كان الحكمُ في القضية على بعض الأفراد فالقضيةُ جزئيةٌ مسوَّرةٌ موجبةٌ كقولنا بعضُ الإنسان كاتبٌ، أو سالبةٌ كقولنا بعضُ الإنسانِ ليس بكاتبٍ.
والسُّورُ في القضيةِ الجُزئيةِ المُوجبةِ نحوُ بعضٍ، وواحدٍ فقط، وفي الجُزئية السالبة نحو ليس كُلّ، وليس بعض، وبعض ليس، وإن لم يكن كل أي وإن لم يكن الموضوعُ في القضيَّة شخصاً مُعيَّناً، ولم يكن الحكمُ فيها على كلِّ الأفراد، أو على بعضِها، فالقضيةُ تُسمَّى مُهملةً كقولنا الإنسانُ كاتبٌ، والإنسانُ ليس بكاتبٍ لإهمال بيانِ كميَّة الأفراد التي حُكِمَ عليها، فإذن كانت القسمةُ مُثلَّثةً كما ثَلَّثَ الشَّيخُ في الشفاءِ، لا يقال: إنَّ القضيةَ الطبيعيةَ خارجةٌ عنها، فلا يصدُقُ الحصرُ، لأنَّا نقولُ: الكلامُ في القضايا المُعتبرة في العلوم، والقضيةُ الطبيعيةُ ليست بمعتبرةٍ في العلوم لعدم إنتاجها، فخروجُها عن التقسيم لا يُخِلُّ بالانحصار.
Elk van beide, de bevestigende en de ontkennende , is ofwel , ofwel gekwantificeerd (algemeen of ), ofwel . Want is het van de propositie een bepaald, particulier individu, dan is de propositie enkelvoudig, zoals in de voorbeelden die we gaven van de bevestigende en de ontkennende: “Zayd is een schrijver” en “Zayd is geen schrijver.” Ze heet [in het Arabisch letterlijk] “de bijzondere”, omdat haar subject bijzonder is; ze heet ook “de individuele”, omdat haar subject een bepaald, particulier individu is. Is haar subject – dat wil zeggen: het subject van de propositie – geen bepaald, particulier individu, maar iets onbepaalds en universeels, dan geldt: wordt daarin de hoeveelheid van de individuen van het subject vermeld, alle of sommige, dan is de propositie gekwantificeerd en heeft ze een . Ze heet [in het Arabisch letterlijk] “de ingesloten”, omdat de individuen van haar subject ingesloten worden; en men zegt dat ze een kwantor heeft, omdat ze de kwantor bevat: het woord dat de hoeveelheid van de individuen van het subject aanduidt en ze insluit en omvat. Het [Arabische] woord voor kwantor is ontleend aan de muur van een stad: zoals de muur de stad insluit, zo sluit wat de hoeveelheid van de individuen aanduidt, de individuen van het subject in. In zo'n wordt het oordeel ofwel over alle individuen geveld, ofwel over sommige ervan, en in beide gevallen is het oordeel ofwel bevestigend, ofwel ontkennend. In het eerste geval [over alle] is de propositie algemeen met een kwantor: bevestigend, zoals “Elke mens is een schrijver”, of ontkennend, zoals “Geen mens is een schrijver.” De kwantor in de algemeen bevestigende propositie is bijvoorbeeld “elk”, en in de ontkennende bijvoorbeeld “geen” en “niet één”, zoals we noemden. In het tweede geval – dat wil zeggen: als het oordeel in de propositie over sommige individuen gaat – is de propositie particulier met een kwantor: bevestigend, zoals “Sommige mensen zijn schrijvers”, of ontkennend, zoals “Niet elke mens is een schrijver.”
De kwantor in de particulier bevestigende propositie is bijvoorbeeld “sommige” en “één” alleen; en in de particulier ontkennende bijvoorbeeld “niet elk”, “niet sommige” en “sommige … niet”. Is het geen van beide – dat wil zeggen: is het subject van de propositie geen bepaald individu, en gaat het oordeel erin niet over alle individuen of over sommige ervan –, dan heet de propositie onbepaald, zoals “De mens is een schrijver” en “De mens is geen schrijver”, omdat ze elke vermelding van de hoeveelheid van de individuen waarover geoordeeld wordt, achterwege laat. De indeling is dus drieledig, zoals de Shaykh [Ibn Sīnā] haar drieledig maakte in al-Shifāʾ. Men moet niet tegenwerpen dat de natuurlijke propositie buiten deze indeling valt, zodat de indeling niet volledig is. Want wij zeggen: het gaat hier om de proposities waarmee in de wetenschappen gerekend wordt, en met de natuurlijke propositie wordt in de wetenschappen niet gerekend, omdat ze geen conclusie oplevert. Dat ze buiten de indeling valt, doet dus niets af aan de volledigheid ervan.
3 vragen over wat het commentaar uitlegt. Met 6 van de 10 of meer (twee sterren) gaat de volgende les open.
Vraag 1
Waarom heet de kwantor, het woord dat de hoeveelheid aangeeft, volgens al-Kātī in het Arabisch sūr (“muur”)?
والسُّورُ مأخوذٌ من سورِ البلد
Al-Kātī legt uit dat sūr ontleend is aan de muur van een stad: zoals de muur de stad insluit, zo sluit de de individuen van het in.
Vraag 2
Iemand werpt tegen dat de “natuurlijke propositie” buiten de drieledige indeling valt, zodat de indeling niet volledig is. Wat antwoordt al-Kātī?
Al-Kātī antwoordt dat de indeling alleen de omvat die in de wetenschappen gebruikt worden. De natuurlijke propositie levert geen conclusie op; dat ze erbuiten valt, doet dus niets af aan de indeling.
Vraag 3
Welke van deze geeft al-Kātī als kwantor van de particulier ontkennende propositie?
Al-Kātī geeft “elk” voor de algemeen bevestigende, “geen” en “niet één” voor de algemeen ontkennende, “sommige” en “één” voor de bevestigende, en “niet elk”, “niet sommige” en “sommige … niet” voor de particulier ontkennende .
Volgende les: Verbindende en disjunctieve proposities